Page 238 - tmp
P. 238
Dag 21. Zondag 8 december 2024. Knysna.
Weer: zon; temperatuur: 21 °C.
Aantal km: bus 8, boot 8, safaribus 1, wandelen 6.
Accommodatie: Premier Hotel Knysna.
Tuin van het hotel
Vanmorgen gingen we eerst een wandeling maken door Knysna, dat een interessant
deel is van het zuidelijk deel van dit land. Oorspronkelijk leefden hier vroeger de Koi-
San. Er bestaat een aantal verklaringen voor de oorsprong van de naam Knysna,
waaronder "xthys xna", een term uit de Khoekhoe-taal die plaats van hout, plaats van
varens, of zelfs recht naar beneden zou kunnen betekenen, verwijzend naar de steile
kliffen bij The Heads, die we later zouden gaan zien. Er zijn verschillende
archeologische ontdekkingen gedaan, zoals veertig gefossiliseerde hominide
(mensachtigen) voetafdrukken, daterend van ongeveer 90.000 jaar geleden. Men
denkt dat mensen al ruim 300.000 jaar in Knysna wonen. De eersten hiervan waren
verschillende San jager-verzamelaarsvolkeren die in het paleolithicum het grootste
deel van Zuidelijk Afrika bewoonden. De San werden geleidelijk verdreven en
geabsorbeerd door de naar het zuiden migrerende Khoekhoe-volkeren. De eerste
Europeanen arriveerden eind 1700 in dit gebied. Ze stichten hier boerderijen. Dit is
dus al een heel oud bewoond gebied. Knysna is een druk toeristisch plaatsje waar ook
veel watersport is. We werden midden in het stadje uitgezet. Ondanks dat het zondag
was, waren veel winkels open, net als bij ons. Er was zelfs een heuse shopping mall.
We hebben wat rondgeslenterd en een bakje genomen samen met de twee dames,
Wilma en Grietje, waarmee we het goed kunnen vinden en met wie we regelmatig
samen aan tafel zaten bij het eten. Hierna werden we naar het havengebied gebracht.
Knysna heeft een grote jachthaven. Het is ook een prachtig gebied met nog veel
oorspronkelijke natuur. Er waren veel souvenirwinkeltjes en kledingzaken, allemaal in
het hogere segment, met vaak erg mooie beeldjes, maar ook porselein en gevlochten
manden en bakken. We kunnen het allemaal niet meeslepen en de prijzen waren niet
laag, maar we zagen er echt begerenswaardige dingen liggen. We zijn een eindje
langs het water gelopen en zagen een bonte ijsvogel. Deze is groter dan onze ijsvogel
en is wit-zwart gekleurd. We raakten aan de praat met een paar jongens en een meisje,
dat stond te vissen. Eén van de jongens zag een rog zwemmen, riep ons, zodat wij
hem ook nog zagen. Het was geen pijlstaartrog, deze was ronder van vorm. Wij
stonden nu bij het estuarium. Dat is een verbrede, veelal trechtervormige monding van
een rivier, waar rivier- en zeewater vermengd worden, waardoor brak water ontstaat.
Het oceaanwater hier moet zich door een nauwe geul van 160 meter breed persen.

