Page 40 - tmp
P. 40
Het eten was goed, prima brood en de kroketten waren rijkelijk gevuld. Het brood
met gerookte zalm van Lily smaakte haar ook uitstekend. Normaal is het in dit gebied
altijd druk met fietsers, maar nu viel deze drukte gelukkig erg mee. Dat was erg fijn,
want de paden waren smal en de diverse wielrenners hadden er goed de vaart in.
Natuurlijk zijn de fietspaden alleen voor hardrijders gemaakt en moet je als
recreatieve fietser en wandelaar gauw aan de kant, anders kan je nog wel eens een
minder leuke opmerking naar je kop krijgen. Voldaan door de lunch zetten we onze
tocht voort. We moesten eerst nog een klein stukje varen naar een pad langs de
Middelvliet, een water langs de Vlietlanden. Dit is een langgerekt eiland vol riet en
moerasplanten. Het wemelde hier van de kanaaltjes en vaarten en het was vrij druk
met bootjes. Er voeren jachten, sloepen, maar ook een paar grote zeilboten. Een
paar van deze zeilboten waren traditionele platbodems met zwaarden en flinke
zeilen, zogenaamde westlanders. Die werden vroeger in het Westland en Zuid-
Holland veel gebruikt voor het vervoer van tuinbouwproducten. De eerste
westlanders waren grotere (houten) schepen van het type praam. De latere, kleinere
westlanders van ijzer, zoals wij die nu zagen, zijn een mengvorm van de aak, de
praam en de schouw. Naast zeilen werden ze voortbewogen door bomen, jagen en
in latere jaren met een kleine motor. Het was heel leuk om al die boten op het water
te zien. Een enkele keer kwam er een bootje voorbij stampvol met jeugd en natuurlijk
een megageluidsinstallatie waarvan je de herrie, of zo je wilt leuke muziek, van verre
al hoorde. Bij de Vlaardingervaart aangekomen liepen we die een eindje langs naar
een voetveer om aan de overkant van de vaart te komen. Dit was een
zelfbedieningsveer. Het was een klein bootje, meer een ponton, met aan elke kant
een opstand waaraan een draaiwiel zat.
Door te draaien aan het wiel werd het veer met een ketting, die op de bodem lag,
naar de andere kant getrokken. Het was best wel zwaar om te draaien en het ging
erg langzaam. Daarbij moest je wachten tot er geen andere boten aankwamen.
Gelukkig werd het draaien voor een groot deel gedaan door een jonge man die ook
naar de overkant moest. Koos en ik hebben ook nog even gedraaid. Dit was het
verste punt van de wandeling. Langs de Vlaardingervaart liepen we terug naar het
huis van Ineke en Koos, maar eerst maakten we nog een stop bij Brasserie
Vlietzicht. Op een ponton in de vaart was een terras gemaakt. Ondertussen wisten
we niet beter dan iets lekkers te nuttigen op een drijvend terras. We hebben heerlijk
in de zon een glaasje gedronken, zodat we daarna verkwikt verder konden met het
laatste stuk van onze wandeling.

