Page 106 - tmp
P. 106
Eerste zicht op de Abdij van Sint-Maurice en Sint-Maur
De mist van vanmorgen was helemaal opgeklaard en de zon liet zich weer zien.
De rest van de dag bleef het zonnig met zo nu en dan een wolk. We gingen uit het
hotel in noordoostelijke richting langs de grote Kerk van de heiligen Cosmas en
Damianus. Het was een imposante kerk met twee torens. We liepen verder en zagen
een toren uitsteken hoog op een bergrug (of zijn het heuvels, want de Ardennen,
waarin we nu nog zitten zijn een middelgebergte) Afijn, voor ons was het een berg,
want het was hoger dan de Brandaris. Hier stond een abdij. Ondanks Lily's wankele
toestand besloten we een bergpaadje op te gaan. Het was trouwens prima
beloopbaar, ook met onze gewone schoenen. Wel liepen we nu steeds als een ouder
echtpaar, arm in arm, alsof we nog steeds erg veel van elkaar hielden. Jullie weten
natuurlijk beter. Dat ging prima, maar wel in een laag tempo, anders kwam Lily te
veel in ademnood. Ik had eigenlijk zo ook een steuntje. Na een flinke klim kwamen
we op de gewone weg die naar de abdij liep. De hellingen van deze berg waren heel
steil. Hier moest je niet vanaf vallen. Ze waren wel dicht begroeid. Langzaam maar
zeker kwamen we steeds hoger tot we bij een groot monument uitkwamen dat in een
bocht buiten de kloostermuur lag. Het was het monument van de Klöppelkrieg, een
voor ons onbekende oorlog.
Het woord Klöppel betekent knuppel of stok in het Luxemburgs. Het was een
bevrijdingsoorlog in eind 1700 van de plaatselijke bevolking tegen de Franse
bezetters. De mensen hier wilden zich verzetten tegen de Fransen, die buitensporige
belastingen eisten, jonge boeren voor militaire dienst opriepen en de kerken sloten.
De knuppelstrijders waren boeren die geen militaire ervaring of krachtige wapens
hadden. Ze trokken met een paar geweren, maar verder met hun gebruikelijke
gereedschappen, zoals b.v. hooivorken, gesmede zeisen en ook met knuppels in
de oorlog.

