Page 54 - tmp
P. 54

De NATO ging de groeve in gebruik nemen als oorlogs- en oefenhoofdkwartier en
               het complex viel sinds 1956 onder de Wet op de Staatsgeheimen. Als gevolg van de
               gestegen spanningen in het kader van de Koude Oorlog kreeg het hoofdkwartier in
               1963 een permanente bezetting, dag en nacht en zeven dagen per week. Er werkten
               Nederlandse, Belgische, Britse, Duitse en Amerikaanse militairen. Het complex was
               voor de NATO een belangrijk communicatiecentrum. De luchtverdediging en de
               militaire luchtverkeersleiding voor de noordelijke helft van West-Duitsland werden er
               gecoördineerd. Toen de NATO de groeve in 1992 verliet, was er sprake van een
               ernstige vervuiling met asbestvezels. Daarna vond er een grondige
               schoonmaakoperatie plaats waarbij het volledige hoofdkwartier werd gestript. Nu was
               er alleen nog maar de stevig afgesloten ingang te zien met twee wachtposten, waarin
               poppen in uniform zaten. Het was een enorm complex wat mag blijken uit het
               volgende gegevens. De diepte liep tot 50 meter onder de grond over een oppervlakte
               van in totaal zo’n 6,75 hectare. Er was 8 km aan gangen met 400 kantoren, 51
               toiletten, 31 urinoirs, 27 douches en 75 wasbakken. Tevens waren er twee
               restaurants. De keuken van het zelfbedieningsrestaurant had een capaciteit van 600
               maaltijden. Ook was er een kapsalon en zelfs een 3-holes golfbaan met kunstgras.
               We liepen verder en het pad liep langs de helling van de Cannerberg met uitzicht op
               het dal van de Jekel. We sloegen af naar beneden langs een grote wijngaard met
               een wijnhuis boven op de rand van de heuvel. Het zag er prachtig uit met het
               lijnenspel van de hellingen en de lange rijen met wijnstokken. We liepen door het
               gehuchtje Nekum naar de Jeker, die we hier weer overstaken. In de verte zagen we
               een dieppaarse lucht zich steeds verder uitbreiden met daaronder regengordijnen.
               We bleven gelukkig nog even buiten schot. Het laatste stuk van de wandeling ging
               voornamelijk langs de beek. We waren de buitenwijken van Maastricht genaderd.
               Na het oversteken van een drukke weg kwamen we in het Aldenhofpark. Hier was
               nog een groot deel van de oude stadsmuur te zien. Helaas konden we er niet echt
               van genieten. Er brak een daverende bui los met regen en hagelstenen.
   49   50   51   52   53   54   55   56   57   58   59