Page 64 - tmp
P. 64

Op het grondgebied van Kerkrade en precies op de grens Nederland-Duitsland, ligt,
               grenzend aan het groen, de prachtige oude abdij Rolduc. Het is een voormalige
               abdij, maar een klein deel van het kloostercomplex heeft nog steeds de functie van
               seminarie van het bisdom van Roermond. De abdij speelde een belangrijke rol bij de
               ontginning van dit gebied en bij de vroegste steenkoolwinning. De oorspronkelijke
               naam was Abdij van Rode of Kloosterrade, afgeleid van het toponiem -rode
               (ontgonnen plaats). Vlakbij ligt de plaats Herzogenrath, hoofdplaats van het Land van
               's-Hertogenrade, met de Burcht van Rode. In de Franse tijd werd de naam
               's-Hertogenrade verfranst tot Rode-le-Duc, wat al snel Rolduc werd. Volgens de
               stichtingslegende van de abdij besloot de jonge geestelijke Ailbertus van Antoing in
               1104 samen met zijn twee broers het klooster te Doornik te verlaten. Ze migreerden
               naar het Land van Rode (Kerkrade-Herzogenrath) en stichtten daar een klooster op
               het land van graaf Adelbert van Saffenberg. Sinds 1119 was Rolduc een klooster
               voor augustijner koorheren, die als regulier kanunnik werden aangeduid.
               Oorspronkelijk was de abdij zowel voor mannen als voor vrouwen, maar al spoedig
               werden enkele dochterkloosters voor vrouwen gesticht, onder andere de abdij van
               Sinnich, de abdij van Marienthal, een vrouwenklooster in Scharn en een in Hooidonk.
               Bijzonder is dat in Friesland de abdij ook grote invloed had op enkele kloosters, zoals
               de proosdij Ludingakerke in Midlum en de daaruit ontstane priorij Mariënberg in
               Anjum en de dubbelkloosters van Bergum en Haskerdijken. In 1796 werd de abdij
               door de Fransen opgeheven. De monniken werden gedwongen Rolduc te verlaten en
               de gebouwen stonden daarna 35 jaar lang leeg. De mijnbouwactiviteiten gingen over
               naar de Domaniale Mijn. Tussen 1831 en 1840 was Rolduc een kleinseminarie van
               het bisdom Luik. In 1843 werd het een internaat voor jongens uit de "betere" rooms-
               katholieke kringen. Veel invloedrijke katholieken, onder wie Lodewijk van Deyssel,
               Willem Hubert Nolens, Joseph Cuypers, Lambertus Gussenhoven en Alphons
               Ariëns, waren Rolduciens.





































               Abdij Rolduc.
   59   60   61   62   63   64   65   66   67   68   69