Page 84 - tmp
P. 84

Via een bruggetje liep je erlangs. We hadden ondertussen een beetje trek gekregen.
               Het ontbijt was grotendeels verdampt. Via de Grensweg kwamen we aan bij een
               oude grensovergang die helemaal gebarricadeerd was met grote betonblokken.
               Wij konden er zo de grens overwippen, maar voor auto's was dat niet mogelijk.
               We bevonden ons nu in het Duitse plaatsje waar we gisteren waren uitgestapt en
               liepen naar het centrum, dat niet echt boeiend was. Bij een grote ijssalon hebben we
               alle twee een Apfelstrudel gegessen.


































                                                                   Een roodstaartje in de kloostertuin

               Ze lagen in een plas vanillesaus en ernaast lag een flinke dot Sahne, de ongezoete
               Duitse slagroom. Er hoorde ook nog een grote bol ijs bij, maar die hebben wij beleefd
               geweigerd. Er zaten al genoeg calorieën in. Vanaf hier zijn we terug gelopen naar de
               abdij. Bij de afgesloten grensdoorgang liep een pad rechtsreeks naar de abdij.
               We moesten nog wel een flinke helling beklimmen. Eenmaal boven namen we een
               bospaadje dat ons rond de gronden van de abdij leidde. We kwamen nog een aantal
               meertjes tegen. Achter het hertenkamp (drie damherten), dat ook bij de abdij hoort,
               staken we door naar ons verblijf. Eenmaal binnen hebben we eerst nog de
               kloosterkerk bezocht. Dat was een imposant godshuis. Muren en plafonds waren
               versierd met fresco's. Daarna hebben we nog de grote kloostertuin bekeken achter
               de abdij. Het grootste deel werd ingenomen door een wijngaard. De druiven waren al
               geplukt, maar hier en daar hingen er nog een paar. Ze waren echt heel zoet.
               Nu hadden we wel even genoeg gelopen. Het werd tijd voor een bakje en even
               zitten. Er moest natuurlijk ook gewerkt worden. Na een uurtje hebben we nog een
               korte verkenning door de abdij gemaakt. De grote binnentuin met daaromheen de
               kloostergangen, die ze hier kruisgangen noemen, hadden we al bekeken. Hier was
               een vijver met fontein. Reeds in 1888 kreeg de abdij zijn eigen waterleiding en toen
               kon ook de vijver aangelegd worden. We bekeken ook de binnentuin waarop we
               vanuit onze kamer kijken. Hier was een terras en een klein, rond pleintje met een
               vijftal zuilen. Tegen één van de zuilen stond een bronzen beeld van een varkentje
               dat omhoogkeek naar de bronzen kraai op de zuil. De kraai stelde een priester leraar
               Devoor en het varkentje een filosofiestudent.
   79   80   81   82   83   84   85   86   87   88   89