Page 66 - tmp
P. 66

het eiland trof, veroorzaakt hebben. Tijdens de Petrivloed, halverwege 100, brak Juist
               in tweeën. Hiermee werd het eilanddorp verwoest, de kerk stortte in en
               weidegronden gingen verloren. De eilanders waren door wanhoop gedreven,
               Daarom verzochten ze in aan graaf Enno Lodewijk het eiland te mogen verlaten. Ze
               wilden op het vasteland een nieuw bestaan opbouwen. Dat gebeurde uiteindelijk toch
               niet. Eind 1600 werd de nieuwe nederzetting door stuifduinen bedolven. Een deel
               van de bevolking trok verder oostwaarts en settelde zich in de duinen rond het
               huidige Loog. Anderen vestigden zich in het westen van het eiland. Hier ontstond
               een nieuw kerkdorpje. Op Kerstavond 1717 sloeg het noodlot andermaal genadeloos
               toe. Tijdens de zogenaamde Kerstvloed verdween Billdorf in de golven, slechts een
               enkeling wist te overleven.





































               Loog bleef zo goed als onbeschadigd. Helaas vonden veel bewoners, die na de
               kerstdienst in Billdorf huiswaarts keerden, toch nog de dood toen ze werden
               meegesleurd door een enorme vloedgolf. Later hoopte de eilandvoogd dat de
               miserabele zandbank Juist bij de eerstvolgende stormvloed definitief ten onder zou
               mogen gaan. Zover is het gelukkig niet gekomen. Net als op Terschelling waren de
                                                                                             de
               bewoners over het algemeen arm en gingen naar zee. Halverwege de 18  eeuw
               monsterden vele eilanders aan op handelsschepen, werden matroos of stuurman op
               walvisvaarders of vonden werk in de wadvisserij. Een periode van bloei brak aan.
               Helaas kwam er tijdens de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog een einde aan de
               kortstondige opleving. Eind 1700 wendde eilandpastoor Gerhard Janus, die begaan
               was met het lot van de armlastige bevolking, zich tot de Pruisische koning Friedrich II
               met het nederige verzoek van Juist de eerste Noordzeebadplaats te mogen maken.
               Zelf had hij namelijk wat ervaring met het nemen van zeebaden die hem, zoals hij
               schreef, ruimademig en als herboren maakten. Hij was ervan overtuigd dat patiënten
               met reuma, jicht en huidproblemen door het zilte klimaat verlichting van de klachten
               zouden krijgen. Het Collegium Medicum van de Pruisische regering hoonde dit weg.
                         de
               Begin 19  eeuw werd het eiland, dat intussen was uitgegroeid tot winstgevend
   61   62   63   64   65   66   67   68   69   70   71