Page 64 - tmp
P. 64

De paardentaxi

               De ruim vier kilometer naar het dorp zou in een slakkengang gaan, dus ik heb nu
               ruimschoots de tijd om even wat wetenswaardigheden over Juist aan jullie te
               vertellen en natuurlijk de geschiedenis van dit eiland hoort er ook bij.

               Juist
                                     2
               Oppervlakte 16,5 km , lengte 17 km, breedte 0,5 km, bewoners 1600.
               Juist is met 17 kilometer lang het langste Oost-Friese Waddeneiland. Het eiland is
               erg smal, namelijk slechts 500 meter breed bij vloed. Juist is autovrij.

               De geschiedenis van Juist.
               Eind 1300 kwam Juist voor het eerst voor in een document, waarin de overdracht van
               Borkyn, Just, Buise, Osterende, Balteringe, Langoch, Spiekeroch en de Wangeroch
               door de Friese krijgsheer Widzel tom Brok aan de Hollandse graaf Albrecht van
               Beieren werd bekrachtigd. De naam van het eiland is waarschijnlijk afkomstig van het
                                                                                      de
               Friese woord güst dat droog of onvruchtbaar betekent. Tot in de 16  eeuw waren er
               vruchtbare akkers en weidegronden te vinden. Ook waren er in het wild levende
               paarden op het eiland. Deze paarden waren in trek bij de Oost-Friese adel vanwege
               hun bijzondere eigenschappen. Men weet niet hoe de paarden oorspronkelijk op het
               eiland zijn gekomen. Ook weet men niet precies wanneer het eiland voor het eerst
               bewoond werd. Halverwege 1400 zou er al een houten kerkje op het eiland hebben
               gestaan, maar ook dat is niet echt zeker. Begin 1500 werd de eerste eilandvoogd
                                   de
               benoemd. In de 16  eeuw troffen vele stormvloeden het eiland. De straatarme
               bevolking dacht dat dit heksenwerk was.  Daarom werden er drie vrouwen verbrand,
               waarvan men dacht dat het heksen waren. Die zouden al het onheil, dat keer op keer
   59   60   61   62   63   64   65   66   67   68   69