Page 84 - tmp
P. 84
Hier dronken we een bakje met een majeure taartpunt. We namen een kwarkpunt
met mandarijn en een chocolade kersenpunt. Gezuster/broederlijk deelden we de
punten in tweeën zodat we van twee walletjes konden snoepen. Het was lekker,
maar weer zeer overdadig. De verloren calorieën van gelopen kilometers waren weer
helemaal aangevuld, waarschijnlijk overvuld. Na deze plezierige rustpauze liepen we
naar de Delldüne, met 22 meter het hoogste duin van Juist. Daarop stond de uit
donkerrode baksteen opgetrokken watertoren. De eilanders noemen hem
Doornkaatbuddel omdat hij sprekend lijkt op de jeneverkruik van een voormalige
Oost-Friese jeneverstoker.
De watertoren
We zijn daarna naar ons appartement gegaan om even uit te rusten en de
noodzakelijke taken te verrichten. Daarna hebben nog een rondje door het dorp
gemaakt en zijn via de dijk naar een langgerekte pier gelopen die ver in zee stak.
Deze pier beschermd een deel van de smalle geul waardoor de veerboot kan varen
bij hoog tij. Het was nu eb en je zag nu goed wat een smal geultje de vaarroute is.
Aan de zijkanten waren prikken geplaatst die je ook bij ons bij de mosselpercelen
ziet. Prikken zijn dunne, lange boomstammetjes die op het wad worden gebruikt als
aanduidingen van de vaargeul of als afbakening van mosselpercelen. De stammetjes
zijn van hun zijtakken ontdaan, alleen op de top zitten nog een paar sprieten. Zover
het oog reikte waren het slibplaten. Onder aan de dijk zat een stel hazen, die toen ze
ons zagen, ook het -pad kozen. Overal klonk het opgewonden gepiep van de
scholeksters, een bekend geluid voor ons. Aan het eind van de dijk was een kluut op
zoek naar eten en bergeenden waren er ook. We keken vanuit hier op de veerhaven,
waar de veerboot lag.

