Page 124 - tmp
P. 124

Zelfs met mijn verrekijker moest ik flink mijn best doen om dat dier te zien. We reden
               erheen en zagen een paar leeuwen achter de bosjes liggen. Volgens de ranger waren
               het  twee  mannetjes  en  een  leeuwin.  Ze  lagen  maar  een  beetje  en  ze  waren  echt
               moeilijk te zien door al het struikgewas ervoor. Ineens kwam er beweging en wat voor
               beweging, laat ik het zo omschrijven: als een beweging waar jonge leeuwtjes uit voort
               kunnen  voorkomen.  We  zagen  inderdaad  wat  bewegen,  maar  gelukkig  voor  de
               beesten ontnam het groen veel van deze stoeipartij. Hierna reden we een hoge heuvel
               op, van waaraf je het gebied prachtig kon zien. In de verte zagen we nog een olifant.
               We toerden over de smalle weggetjes door het natuurgebied en zagen onderweg weer
               diverse soorten antilopen en andere snel rennende en springende beesten. Bij een
               beekje zagen we twee reigers die veel op de onze leken en er kwam een hamerkop
               op ons afvliegen, die vlak voor ons landde. Je kon nu goed de kuif achter op z'n kop
               zien waaraan hij zijn naam ontleent. We zijn daarna nog een keer bij de leeuwen gaan
               kijken, die nu wat actiever waren en parallel aan de weg aan het wandelen waren.







































               Het park

               Het vrouwtje had een band met een gps-tracker om de hals. De rangers staan allemaal
               met  elkaar  in  verbinding  met  mobilofoon,  dus  het  werd  er  druk  met  ook  nog  wat
               particuliere auto's, die hier ook mogen rijden. Omdat we ze goed hadden kunnen zien
               zijn we verder gereden, om ook andere bezoekers de kans te geven de leeuwen te
               zien. Later hoorden we van de andere auto dat ze tot vlak bij de weg waren gekomen
               en het kunstje van eerder nog eens duidelijk demonstreerden voor alle kijkers. Totaal
               geen gêne die dieren. We zagen nog neushoorns, allemaal met afgezaagde hoorns
               om het stropen te ontmoedigen. Het waren breedlipneushoorns. Die noemen ze ook
               witte neushoorn ter onderscheid van de zwarte. Maar dat is een verkeerde vertaling.
               De breedlip heeft, zoals zijn naam al aangeeft, een brede (wide), bovenlip. Dus wide
               is nu white geworden.
   119   120   121   122   123   124   125   126   127   128   129