Page 168 - tmp
P. 168

We moesten steeds verder omhoog tot zo'n 2000 meter. We beleven ons verwonderen
               over  het  steeds  wisselende  landschap.  Af  en  toe  staken  we  een  beekje  over.
               Uiteindelijk kwamen we aan bij de Sani Pass waar de immigratiedienst van Lesotho
               was. Ooit was deze pas een smal pad waar te voet en per ezel wol en mohair naar
               beneden werden gebracht in ruil voor dekens, kleding en maïsmeel. Voorbij de pas lag
               een hoogvlakte waar het flink fris was. Iedereen liep hier dik gekleed in dekens en een
               soort bivakmutsen. Er waren armoedige barakken waar de immigratiemedewerkers
               woonden en andere verblijven. We kregen een stempel in onze paspoorten en konden
               verder  rijden.  Het  was  echt  guur  hier  met  een  harde  wind.  Hier  en  daar  stonden
               rondavels, ronde hutten, van herders die angorageiten hielden. Het ging in dit geval
               om  de  angorageit.  Dat  is  een  geitenras  met  hele  lange  wolstrengen.  Het  dier  is
               oorspronkelijk  afkomstig  uit  de  Angoravallei  (Ankara)  op  de  Centraal  Anatolische
               Hoogvlakte in Turkije.








































               Helichrysum met een bij
   163   164   165   166   167   168   169   170   171   172   173