Page 292 - tmp
P. 292

Dag 25. Donderdag 12 december 2024. Kaapstad.
               Weer: wolken, regen, zon; temperatuur: 18 - 21°C.
               Aantal km: bus 9, wandelen 6.
               Accommodatie: Inn on the Square.





















                                                             Iziko Slave Lodge

               Bij het opstaan was het buiten flink bewolkt. De berg zat helemaal in de wolken. Wat
               hadden we gisteren een geluk gehad met het weer. We zaten nog niet in de bus of het
               begon te regenen. Dat zou een stadstour vanuit de bus worden. We kwamen voorbij
               het  fort  van  de  VOC  dat  we  gelukkig  vorige  keer  goed  hadden  kunnen  bekijken.
               Ernaast was een groot plein waar bijna alle politieauto's van de stad bij elkaar stonden.
               Dat was dus een feestje voor het gilde van criminelen in de stad, alle politie stond hier.
               Het bleek de dag te zijn dat de kadetten klaar waren gestoomd om politieagent te
               worden. We stopten voor het gebouw, de Iziko Slave Lodge, waarin vroeger de slaven
               opgesloten  zaten.  Dat  was  nu  een  museum.  Hier  wordt  de  geschiedenis  van  de
               slavernij in Zuid-Afrika verteld. In 1652 zette de VOC voor het eerst voet aan wal in
               Zuid-Afrika. Wat begon als een verversingsstation in de Kaap, breidde zich al snel uit
               tot een Nederlandse kolonie. Een gevarieerd gezelschap aan mensen settelde zich in
               de Kaap, op zoek naar het betere leven. Niet iedereen bleef echter in Kaapstad; een
               grote  groep  van  deze  gelukszoekers  trok  het  binnenland  in.  Omdat  de  VOC  haar
               nederzetting in Zuid-Afrika almaar uitbreidde was er genoeg werk te doen. Werk dat
               de  Nederlandse  VOC’ers  zelf  niet  wilden  uitvoeren.  Leider  Jan  van  Riebeeck
               verwoordde het in 1655 in een brief naar het thuisfront als volgt: "de Nederlanders in
               de Kaap zijn zeer onwillig om het vuile werk te doen." In 1658 bracht de VOC de eerste
               slaven naar Zuid-Afrika. Zij kwamen voornamelijk uit Angola, gevolgd door vele slaven
               uit Maleisië, Indonesië en Mozambique. Ze verbleven in het slavenverblijf in Kaapstad,
               de Slave Lodge aan Adderley Street in het centrum van de stad. Tussen 1658 en 1834
               werden ongeveer 63.000 mannen, vrouwen en kinderen verscheept naar de Kaap,
               waarvan veel in dit pand vastgehouden werden. Soms wel met 600 personen tegelijk
               opeengepakt.  Het  was  er  donker,  de  leefomstandigheden  waren  bar  slecht,  er
               heersten  ziekten  en  het  sterftecijfer  lag  gemiddeld  rond  de  dertig  procent.  Van  de
               slaven bleef ongeveer veertig procent in Kaapstad werken, voor anderen was er werk
               in het binnenland. De slaven werkten voor een groot deel in de wegenbouw en deden
               bouw-  en  herstelwerkzaamheden  aan  het  kasteel  de  Goede  Hoop.  Dit  was  de
               thuisbasis van de VOC. Maar ze werkten ook aan andere gebouwen. De vrouwen
               kwamen  voornamelijk  in  het  huishouden  terecht.  Door  de  VOC  werden  zij  door
               verhandeld aan "vrije burghers". De slaven werkten het hele jaar rond, maar hadden
               één dag per jaar vrij op 2 januari.
   287   288   289   290   291   292   293   294   295   296   297