Page 88 - tmp
P. 88
Omdat we met een grote groep zijn en de bediening maar uit twee mensen bestond,
hielpen we een beetje mee. Ik stapelde lege borden op en bracht ze naar achteren.
Een van de mannen sprak mij aan en vroeg of ik niet wilde werken in de bediening. Op
mijn vraag wat het opleverde zei hij dat het minimaal zou zijn. Dat zette voor mij geen
zoden aan de dijk. Hij vertelde dat hij een Albanees was die in New York woonde,
gevlucht voor het communisme. Hij kwam hier elk jaar op vakantie voor een paar
weken en was een vriend van de eigenaar van de zaak die tegenover hem zat. De
eigenaar vroeg mij of het eten smaakte. "Natuurlijk", antwoordde ik en vertelde dat we
hier aldoor goed aten. Ze dronken raki. Ik vertelde dat Lily en ik gisteren ook aan de
raki zaten en dat we het heel lekker vonden. Ik ging weer aan onze tafel zitten en gelijk
kreeg de hele groep raki, misschien door mij. Ik ben even met de heren gaan proosten
en proostte natuurlijk op Albanië. Dat viel in goede aarde. We stapten weer in de bus.
Na het gebergte kwamen we nu in een open heuvellandschap. Na een tijdje rijden
bereikten we de grens van Kosovo. We moesten onze paspoorten inleveren, maar snel
konden we doorrijden, na natuurlijk onze paspoorten terug gekregen te hebben. De
bestemming was het Visoki Dečani klooster, een schitterend middeleeuws Servisch-
orthodox klooster in de bergen van Kosovo.
Het Visoki Dečani klooster in Kosovo
De kerk van het klooster is de grootste middeleeuwse kerk op de Balkan, met een
grote collectie fresco's. Het klooster werd gesticht door koning Stefan Uroš III Dečanski
in 1327. Toen deze in 1331 stierf werd de bouw voortgezet door zijn zoon tsaar Stefan
Uroš IV Dušan. Alle fresco's dateren dan ook van de jaren 1330-1340. Zo zijn er
taferelen uit het boek Genesis, uit het Passieverhaal en over het Laatste Oordeel. Het
klooster staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. We moesten eerst langs een
KFOR-wachtpost en bij het klooster was nog een wachtpost.

