Page 118 - tmp
P. 118
Eigenlijk was het een lange vrij smalle kloof met een riviertje waarin een paar dammen
waren gebouwd voor waterkracht. De berghellingen waren bedekt met dichte bossen
en vaak was de bodem van de kloof niet te zien, zo diep was die. Op de heenweg
zaten we voor dit deel van het traject aan de linkerkant waardoor voor ons de kloof
slecht te zien was. De mensen aan de rechterkant van de trein zagen op dat moment
niet veel van de kloof door het tegenlicht. Op de terugweg konden we er wel uitgebreid
van genieten, maar we zijn nog niet zo ver. Na ruim twee uur treinen in dit mooie gebied
kwamen we aan bij Locarno. We liepen we gelijk naar het Locarnomeer/Lago Maggiore
waaraan deze stad ligt. Na een eindje rijden door Italië zaten we nu weer in
Zwitserland. Gelijk viel op dat de huizen hier in kenmerkende gele en okerkleuren
waren geschilderd. De voertaal in de stad is Italiaans. We kwamen aan bij het meer
en merkten gelijk dat Locarno de warmste stad van Zwitserland is. Het heeft een
mediterraan klimaat. De gemiddelde temperatuur is 11,5 °C, het zal nu een graad of
tien zijn geweest. Het was prachtig stil weer en het zonnetje verwarmde ons, terwijl we
aan de oever ons lunchpakket opaten. Ik zat er gewoon in mijn overhemd. Van het
lunchbroodje gooide ik wat brood naar een zwaan en tegelijk kwamen er zes prachtige
zaagbekken aangestoven plus een paar kokmeeuwen. Ik had deze prachtige eenden
nooit zo dichtbij gezien. Bij het meer van Genève zagen we ze ook, maar daar
zwommen ze ver weg. Verder zwommen er nog gewone eenden, futen en kuifeenden.
We waren op stap met de partner van de vrouw met de breuken in haar enkel. Zij kon
helaas nog niet mee. Dat was te veel lopen en de wisseling van treinen was ook niet
iets voor iemand met krukken. Na de lunch zijn we eerst langs de oever naar de
jachthaven gelopen.

