Page 98 - tmp
P. 98
In de Tachtigjarige Oorlog werd Zierikzee op 8 augustus 1572 door geuzen
ingenomen. In september 1575 landden Spaanse troepen op Schouwen en
Duiveland, en sloegen het beleg voor Zierikzee.
De stad gaf zich over op 29 juni 1576, maar vier maanden later ontstond er muiterij
onder de Spaanse soldaten wegens achterstallige betalingen, waarna de
Spanjaarden vertrokken. Op 1 januari 1735 werd in de stad een slavenkas in het
leven geroepen om gevangengenomen Zierikzeese zeelui vrij te kopen. Het
de
gebeurde in de 18 eeuw vaak dat zeelieden tot slaaf werden gemaakt door
de
Barbarijse zeerovers. De slavenkas bleef bestaan, ook nadat in de 19 eeuw een
einde werd gemaakt aan de Arabische slavenhandel. Na de watersnoodramp van
1953 werd met het geld van de Slavenkas de bouw van twee nieuwe kleuterscholen
gefinancierd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden op 30 april 1917 door een
verdwaalde Britse piloot zes bommen op de stad geworpen. De piloot had Zierikzee
verward met Zeebrugge, er vielen drie slachtoffers. Na de Tweede Wereldoorlog
werd bij Zierikzee zo'n 30 miljoen kilo munitie in de Oosterschelde gedumpt,
waarmee deze munitiestort de grootste van Nederland is.
Zoals je hebt kunnen lezen heeft deze stad roerige tijden achter de rug.
Tegenwoordig is het een druk stadje met veel toeristen waaronder heel veel
Duitsers. Zeeland lijkt in onze ogen wel een dependance van Duitsland, niet normaal
meer. We hadden nogal wat moeite om een parkeerplek te vinden. De hele stad
wordt vrijgehouden van toeristenauto's wat het parkeren betreft. We kwamen de stad
binnen via een andere route, dan die de meeste toeristen rijden. We zijn daarom
eerst helemaal door de oude stad gereden op zoek naar een plek. We kwamen
hierbij door de Noordhavenpoort. Deze poort was vrij smal en je kwam erin met eens
scherpe bocht. Gelukkig raakten we niets. We moesten om de Oude Haven
heenrijden, waarin een aantal historische schepen lagen. Na een hele tijd rijden
langs de Nieuw Haven kwamen we uiteindelijk bij een grote parkeerplaats. Toen we
kwamen aanrijden ging er gelijk al in het eerste vak iemand weg. Wat een geluk.
Snel geparkeerd, maar toen bleek dat dit alleen voor vergunninghouders was, dus
inwoners. We moesten verder de parkeerplaats op rijden. Die zat stampvol. Het leek
wel hoogseizoen. Na een aantal keren rondjes te hebben gereden, net zoals veel
andere auto's was het geluk met ons. We vonden een plaatsje. De parkeerplaats lag
langs het Havenkanaal, de waterweg die het stadje met de Oosterschelde verbindt.
Op een oud bolwerk stond de mooie molen Den Haas. Vanaf hier zijn we via het
Havenkanaal naar de oude stad gelopen. Er lagen hier een paar superluxe jachten.
Wat een decadente patserboten. Om zo je rijkdom ten toon te stellen, terwijl een
groot deel van de wereld niet te vreten heeft.

