Page 74 - tmp
P. 74
Toch was de stevig dichtgedraaide dop nu volledig losgeschroefd en dreef ernaast. Er
stond een twee vingers dikke laag water onder in mijn rugzak. Onderin lag de water-
dichte camera van Lily in het draagtasje. Die gaat altijd mee als reserve en is ook
natuurlijk bruikbaar onder natte omstandigheden. De camera lag te genieten in het
water, die was in z'n element. Het tasje zou wel weer drogen. Mijn softskin jasje, dat ik
aldoor mee heb als het wat frisser wordt, was wel behoorlijk nat. Dat wordt ook wel
weer droog. Mijn buikbuideltje met de map waarin onder andere mijn paspoort zit, nu
het Nederlandse geld en allerlei pasjes was ook behoorlijk nat. Het paspoort had niet
geleden en het papiergeld was ook zo droog. Er zat ook een stapel paspoortkopieën
met afgelakte gegevens, om af te geven bij hotels die een kopie van je paspoort willen.
Dat is eigenlijk verboden vanwege kans van misbruik. Vandaar dat we dan een kopie
afgeven waar geen BSN-nummer op staat en dergelijke. Die waren echt verzopen,
maar konden op de vensterbank drogen. Ik snapte er echt niets van wat hier was ge-
beurd. Het enige dat is kon bedenken was dat een kabouter uit Wroclaw stiekem in
mijn rugzak was gekropen en die had de dop losgedraaid om te drinken. De schade
was dus beperkt gebleven, ook al omdat ik vanmorgen mijn verrekijker eruit had ge-
haald. Deze, zo'n veertig jaar oude minikijker van Zeiss, is ook wel vochtbestendig,
maar of hij in een plas liggend het zou overleven weet ik niet. Was het toch nog een
nat avontuur. Uiteindelijk kwamen we in een dikke file. Van vier kanten kwam een lange
stroom auto's op een kleine stadsrotonde aan. Omdat onze doorgaande weg na de
rotonde ook vastzat door ook een lange file, zat de rotonde ook steeds vast. Dat schoot
niet echt op. We hadden gehoopt om een keer op tijd in het hotel te zijn, omdat we
allebei flink achterwaren met ons verslag. Elke dag vroeg op en laat thuis eist z'n tol.
We hadden nog veel te doen. We kwamen uiteindelijk rond vijf uur in het hotel. Een
uur later zaten we aan tafel, deze keer met twee gezinnen uit Twente uit een dorpje bij
Ootmarsum, echte Tukkers. We hebben lekker zitten kletsen met elkaar tijdens de
maaltijd, die bestond uit een onbestemde soep met stukjes brood, een grote kipkluif,
gebakken aardappelen en weer een lekker aangemaakte salade. Toe kregen we een
groot stuk chocoladecake met peer. Erbij dronken we een rode wijn. Dat was weer
eens wat anders. Bijna elke avond zitten we met andere leden van het reisgezelschap
en zo krijg je vaak zeer geanimeerd gesprekken. Met de een heb je wat meer dan met
de ander, dat is altijd zo, maar het is toch vaak heel boeiend. Met een stel uit Hilversum
zaten we ook een paar keer bij elkaar, waarbij je wederzijds toch vaak wat opsteekt en
nieuwe inzichten krijgt. Ook in de bus zelf heb je wel contacten, maar dat was bij ons
vaak wat vluchtiger, omdat we diverse malen in het voorstuk zaten. Met zoveel reizi-
gers was er altijd wel genoeg keus om bij te zitten. Dat heb je natuurlijk veel minder op
de door ons zelf georganiseerde reizen. Zo heb elk nadeel zijn voordeel en omgekeerd,
zoals een wijs voetballer ooit poneerde. Overigens is er twijfel of Cruijff of Van Hane-
gem deze uitspraak als eerste heeft gemunt. Geeft niet, de spreuk is vaak toepasselijk.

