Page 210 - tmp
P. 210

Dag 19. Vrijdag 6 december 2024. Van Port Elizabeth naar Addo National Park.
               Weer: zon; temperatuur: 24 – 31 °C.
               Aantal km: bus 272.
               Accommodatie: The Kelway Hotel.



















                                                          De secretarisvogel

               Vanmorgen vertrokken we naar het Addo Elephant National Park. Dit park waren we
               gisteren voorbijgereden, nu moesten we zo'n anderhalf uur terugrijden. Maar dat bleek
               achteraf dik de moeite waard. Het park ligt verstopt in de vallei van de Sundays River
               en is opgericht ter bescherming van de laatste olifanten in het zuiden van Zuid-Afrika.
               De boeren in de vallei hadden begin vorige eeuw veel last van olifanten die op de
               sinaasappelplantages afkwamen. Er werd iemand aangesteld om alle olifanten af te
               knallen. Met een groep jagers zijn ze aan de slag gegaan, meest te paard, maar de
               olifanten leven hier in een dichte begroeiing met doornstruiken en zijn daardoor slecht
               te vinden. Het lukte maar niet om alle olifanten te pakken te krijgen. Er werd daarom
               overgeschakeld  op  plan  B.  Er  zou  een  reservaat  komen  met  een  omheining  van
               spoorstaven in de grond en daartussen liftkabels en dit hielp. Een van de olifanten was
               wel aangeschoten, een jonge bul. Zijn oor was geraakt er was een hap uit, daarom
               noemden ze hem Hapoor (geen Indisch naam). Het dier groeide verder op en werd
               uiteindelijk een bekende olifant. Hij was wel erg gebrand op mensen, logisch als je een
               geheugen hebt als een olifant en je bent beschoten geweest. Oudere mannetje worden
               op het laatst verstoten uit de kudde, zo ook Hapoor. Hij wilde niet in het gebied blijven
               en is tot nu toe de enige olifant die uit het park wist te komen. Vanwege overlast is hij
               uiteindelijk gedood en zijn enorme, opgezette kop staat nu in het bezoekerscentrum
               van dit park. Een ander legendarisch dier was een grote schildpad. Die wist ook steeds
               te ontsnappen. Ze vonden uit dat hij een deel van het hek met al zijn kracht omhoog
               wist te drukken. Omdat hij zo vaak ontsnapte werd het telefoonnummer van het park
               op zijn rug geschilderd. Deze schildpad werd Domkrag genoemd, dommekracht, dus
               een krik. Ook zijn schild stond in het bezoekerscentrum. Tegenwoordig leven hier weer
               honderden  olifanten  maar  ook  leeuwen,  neushoorns,  buffels,  zebra’s  en  vele
               antilopensoorten. Voor we bij het park aankwamen spotte ik een secretarisvogel. Deze
               bijzondere vogel is een slangeneter en is tegenwoordig redelijk zeldzaam. Hij vloog op
               toen we met de bus achteruitreden en streek neer op een ander weiland. Daar zat hij
               verder  weg,  maar  we  konden  de  vogel  toch  nog  wel  goed  zien.  Steve  was  heel
               enthousiast dat ik deze vogel had gespot, je ziet ze hier nauwelijks meer. Ook zagen
               we twee Stanleys kraanvogels, die ook wel bekendstaat als paradijskraanvogel. Het is
               de nationale vogel van Zuid-Afrika. Later zouden we er nog een paar zien in het park.
               De weg naar het park liep langs een nog wel functionerende spoorbaan.
   205   206   207   208   209   210   211   212   213   214   215