Page 254 - tmp
P. 254
In Oudtshoorn kwamen we wel een opvallend aanwijsbord tegen. Hierop stond naast
en grote i van info de volgende tekst: inligting-aftrekplek. Even verder was een school
waarop Hoerskool stond, dus waarschijnlijk een opleiding voor de aftrekplek. Het was
echter veel prozaïscher. Het bord verwees naar een inlichtingenbord met stadskaart
bij een invoegstrook, zoals je die veel ziet aan het begin van steden, om iets te zoeken
in de stad. Tegenwoordig met Google op je telefoon wordt dit natuurlijk nauwelijks meer
gebruikt. De aftrekplek was de plaats waar het bord stond, dus waar je van de weg af
kon gaan naar een parkeerruimte. De Hoerskool bleek bij het naderbij komen
Hoërskool te heten. Het trema werd nu zichtbaar, dus een Hogere school. Zo word je
hier dus flink op het verkeerde been gezet. In Oudtshoorn hebben we ook geluncht.
Ze hadden hier broodjes die bij het open vuur werden gebakken, zogenaamde
roosterkoeken. Lily koos voor lamsvlees, dat als vleeswaren zo dun gesneden was.
Erbij was een soort relish die het nog lekkerder maakte. Lily dronk er gemberbier bij
en ik nam een limoen milkshake bij een broodje struisvogelvlees in reepjes. Het was
echt smullen. Je krijgt er altijd patat bij. Vaak is die slap, maar deze was heerlijk
knapperig maar wel bremzout. Gelukkig kan je dat bij 34 graden wel hebben, want zo
warm was het. Na het eten reden we naar een struisvogelboerderij, het is hier tenslotte
struisvogel gebied.
Werkplaats voor het beschilderen van de struisvogeleieren
Vroeger werden de struisvogels alleen gekweekt voor hun veren. De dames wilden
destijds allemaal struisveren op hun hoeden, kleren of boa's. Toen de auto in opkomst
kwam, was deze mode snel over. In de open auto's waaiden de hoeden af. Voorheen
kostte struisvogelveren per gewicht meer dan goud, nu donderde de hele markt in en
gingen veel bedrijven failliet. Later kwam de teelt van struisvogels weer op gang. Het
vlees wordt veel gegeten en is gezond, doordat er praktisch geen vet aan zit. Er is
grote handel in eieren. In een struisvogelei zit ongeveer veertienmaal meer eiwit en
eigeel dan in een kippenei. Het heeft een heel hoog proteïnegehalte, dus veel van dat
spul gaat naar bodybuilders en mensen die veel met hun spieren doen. Wat overblijft
aan slachtafval en van niet uitgekomen eieren gaat naar de hondenvoerindustrie. Van
de veren worden plumeaus gemaakt, maar 80% van de witte veren van de mannetjes
gaat naar het carnaval in Rio of andere grote steden in Brazilië. Het leer dat van de
huid wordt gemaakt is kostbaar en gaat voornamelijk in die patserpoenige Parijse
damestassen van de grote kledingontwerpers, Vuitton, Hermès, Chanel enzovoort.
Maar er zijn ook goedkopere merken te vinden. We kwamen aan bij de boerderij. Een
lokale gids, Cas, vertelde ons van alles over de streek in het algemeen en de
struisvogels in het bijzonder.

