Page 78 - tmp
P. 78

Even  daar  voorbij  sloegen  we  af  naar  Matsamo.  Hier  gingen  we  een  Swazi-kraal
               bezoeken.  Het  bijzondere  was  dat  dit  een  opvang  was  voor  wees-  of  verstoten
               kinderen.  We  werden  opgewacht  door  een  vrolijke  jonge  knul,  die  zichzelf  Kees
               noemde, met een doek om, waarop prominent het hoofd van de huidige koning stond.
               Hij sprak een beetje Nederlands.  Alle dames moesten ook deze doek omdoen. Ik heb
               niets tegen koningen op zich, zelfs niet Prins Pils, die een beetje dom is volgens zijn
               Argentijnse vrouw. Wat ik eigenlijk wil zeggen dat ik moeite heb met figuren die door
               afkomst of aantrouwen een blijkbaar hogere positie krijgen dan het gewone volk, die
               dan wel grote porties van hun geld mogen schenken aan de staat. Prima, die doen
               veel voor ons, maar ook voor een nog flink rijke koning. En dat is in dit land ook zo.
               Het geld klotst over de plinten, maar de infrastructuur behoeft een forse opknapbeurt.
               Er kan voor de armen, waarvan er veel zijn, ook veel goeds worden gedaan. Ik begrijp
               dan niet waarom zo'n persoon uit een warm nest, maar dat heeft iedereen hier in de
               tropen, dus beter is het om over een rijk nest te spreken, zo wordt vereerd. Slimme
               lezers, en dat is natuurlijk iedereen die deze verhalen leest, begrijpen nu dat ik niet erg
               koningsgezind ben. Maar ik dwaal af. Het gehuchtje waar we nu heengingen was dus
               een  opvangplaats  voor  ontheemde  kinderen.  Het  was  een  traditioneel  dorpje  met
               beehives, dus hutten die leken op bijenkorven. Ze waren gemaakt door een kunstig
               rooster van dunne en lange takken, eigenlijk twijgen, te maken. Op deze vorm wordt
               gras aangebracht dat aan de buitenkant wordt vastgehouden door lange twijgen van
               onder naar boven doorlopend met dwarse stukjes tussen de staanders. We werden
               welkom geheten door een grote groep kinderen van 4 à 5 jaar tot zo'n 14 jaar oud.









































               Kees, onze tolk
   73   74   75   76   77   78   79   80   81   82   83