Page 80 - tmp
P. 80
De weeskinderen
Veel hadden een "koningsdoek" om, net als de dames in ons gezelschap. De hutten
van het gehuchtje waren omringd door een hoog rieten hek. Daarbinnen wonen
families vaak tezamen met hun vee. Er was een soort binnenplein, waar we in de
schaduw keken naar een zang- en dansvoorstelling. Daarvoor had de, laten we
zeggen, burgemeester van het dorp, een kranige 85 jaar oude vrouw, een
welkomstpraatje. Ze had een voor ons onuitspreekbare naam, Inkhosikati Lamtsetfwa.
Wij werden door haar van harte welkom geheten, maar gelijk daarna aan de taalles
moesten. Zij zei ons woorden en zinnen voor in haar taal en die moesten we herhalen,
tot we het goed uitspraken. Als dat zo was klapten alle aanwezigen, kinderen en
volwassenen. Eerst moesten de dames dat doen en daarna moesten ze ook een lied
zingen, dat steeds maar herhaald werd, tot het goed was. Daarna waren de heren aan
de beurt. Dat ging ook zo door, totdat iedereen tevreden was. Het was eigenlijk een
wedstrijd, die de dames (natuurlijk) wonnen. Daarna kwamen allerlei gebruiks-
voorwerpen naar voren waarbij werd voorgedaan waarvoor zij dienden, zoals
kalebassen voor vloeistoffen die helemaal bekleed waren met strengen gevlochten
gras.

