Page 82 - tmp
P. 82
Die dingen zagen er overigens erg mooi uit. Zo lieten ze ook zien hoe ze hier mais
malen met een stenen maalkom en een grote, ronde steen. Ze slapen hier onder de
huid van een impala en overdag, wanneer het warm is, dragen ze die als bescherming
tegen de zon met de vacht naar buiten. Bij koud weer, wat heet, zit de vacht naar
binnen. Na afloop konden we allemaal souvenirs kopen, het meeste gewoon hun eigen
soort gebruiksvoorwerpen en sierraden. Wij kochten een houten schaal, vrolijk
gedecoreerd met een geschilderd olifantje. Alle inkomsten zijn hier welkom. Om meer
dan 200 kindermonden te vullen is er altijd veel geld nodig. Bewonderenswaardig wat
zo'n oude grand dame nog voor elkaar krijgt. We reden hierna naar ons onderkomen
in het Mlilwane Wildlife Sanctuary, een groot natuurgebied. Mlilwane, wat "klein vuur"
betekent in het Swazi, is afgeleid van de vele branden die zijn ontstaan door
blikseminslagen op de Mlilwane-heuvel. Op weg naar het dorpje zagen we al diverse
soorten antilopen. Onze hutten, waar de Swazi al eeuwenlang op traditionele wijze in
wonen, waren nog verrassend groot vanbinnen, ik schat zo'n vijf meter hoog en in
doorsnede. De hut was erg karig ingericht. Er stonden twee eenpersoonsbedden met
een nachtkastje een soort open klerenkast zonder planken of laden. Tegen het plafond
hing een ventilator, die voor een beetje verkoeling zorgde. De hut liep uit in een deel
dat was voorzien van alle westerse gemakken, van douchen tot kakken. Dat scheelde
weer. De natte ruimte was een aanbouw, die bij de originele hutten natuurlijk nooit is
aangebouwd natuurlijk. Voor het eten kregen we een dansshow. Toen we daar naartoe
liepen, zagen we op een grasveld dicht bij het restaurant en receptiegebouw een stel
wrattenzwijnen, die ongestoord stonden te grazen. Wrattenzwijnen eten meestal met
beide ellebogen op de grond.
Het Mlilwane Wildlife Sanctuary, onze hut van binnen

