Page 119 - tmp
P. 119

In de nacht van 15 op 16 januari 1362 werden de kustgebieden rond de Noordzee
               getroffen door de Sint-Marcellusvloed. Er was op dat moment nog geen sprake van
               Norderney. Tijdens de stormvloed brak het tussen Juist en Baltrum gelegen eiland
               Buise in tweeën. Uiteindelijk verdween dit eiland helemaal. Wel ontstond een ander
               volwaardig eiland, Osterende. Dit was het oorspronkelijke oostelijk deel van Buise.
               Vanaf halverwege 1500 komt Osterende voor op zeekaarten en heet dan Norder
               Neye Ooge, Nordens nieuwe eiland. Omstreeks die tijd zouden zo'n 80 mensen zich
               op het eiland hebben gevestigd. Het waren armoedige omstandigheden en ook
               waren er af en toe overstromingen op het eiland. Toch weerhield het nieuwkomers er
               niet van om te voet het wad over te steken. Ze wilden op het onvruchtbare
               duineneiland een nieuw bestaan opbouwen. Ze leefden van het jutten en van de
               visvangst. Met zelfgebouwde sloepen, zogenaamde Schaluppen, vingen ze op zee
                                                           de
               voornamelijk schelvis. Halverwege de 18  eeuw bracht de koopvaardij enige
               welvaart op het eiland. De schepen werden bevoorraad door handelshuizen uit
               Emden, Bremen en Groningen. De zeelui uit Norderney voeren met volgeladen
               schepen naar havens in Scandinavië en Oost-Europa. Rond 1800 telde het eiland
                                                                                                      de
               een vloot van zo’n vijftig zeewaardige zeilschepen en tachtig Schaluppen. Eind 18
               eeuw werd ook op dit eiland de heilzame werking van het zilte Noordzeeklimaat
               erkend. Norderney werd een kuuroord. Op 1 mei 1800 opende Norderney als eerste
               badplaats aan de Duitse Noordzeekust zijn deuren. Voor de meeste van de 250
               genodigden, die over het droog liggende wad naar het eiland waren gekomen, was
               het onderkomen nogal eenvoudig ze moesten namelijk overnachten in zelf
               meegebrachte tenten. De gasten konden gebruikmaken van een houten
               conversatiezaal met ruimte voor diner en dans, vier warme- en koudwaterbaden en
               drie badwagens. De bescheiden omstandigheden weerhielden rijke, veelal adellijke
               families er niet van in steeds groteren getale naar Norderney af te reizen.
               In 1806 werd Oost-Friesland bezet door de Fransen. Dit maakte voorlopig een eind
               aan de ontwikkelingen op Norderney. In plaats van gasten verbleven er soldaten op
               het eiland. Na de val van Napoleon kwam Norderney in handen van het koninkrijk
               Hannover. Dit vorstenhuis kreeg warme belangstelling voor het kuuroord. De bouw
               van sanatoria en hotels en de aanleg van steigers en promenades gaven nieuwe
               impulsen aan het strandleven. Het eiland groeide uit tot trefpunt van de gegoede
                                                                                  de
               burgers. Koning George V van Hannover liet halverwege de 19  eeuw op het eiland
               een zomerresidentie bouwen. Rond die tijd ontstonden ook de mooie bouwwerken
               die het stadje tot op de dag van vandaag zijn koninklijke uitstraling geven. Later
               kwam Norderney weer onder Pruisisch gezag. Ook het Pruisische hof koos
               Norderney als zomerverblijf. Het tot stand komen van een regelmatige
               veerverbinding tussen Norderney en Norddeich en de aanleg van een spoorlijn
               tussen het veerhaventje en de havenstad Emden betekende een geweldige
               stimulans voor het toerisme. Er verrezen mooie villa’s aan de boulevard van de
               inmiddels beroemde badplaats. In die tijd trok het eiland jaarlijks maar liefst 40.000
               bezoekers. Ook na de Eerste- en Tweede Wereldoorlog, waarin Norderney als
               militair steunpunt diende, zou het eiland zijn aantrekkingskracht behouden. De
               grande dame van de Noordzee, in 1949 uitgeroepen tot Nordseeheilbad, is de
               afgelopen decennia uitgegroeid tot een onvervalste publiekstrekker met jaarlijks meer
               dan 400.000 bezoekers en ruim drie miljoen overnachtingen.

               Zo het is nu tijd om te gaan slapen.
   114   115   116   117   118   119   120   121   122   123   124