Page 14 - tmp
P. 14
Tegenligger op de spoorlijn
Op meer eilanden rijden van dit soort treintjes, vroeger waren het paardentrams. De
vorige keer dat we Borkum bezochten, hadden we onze eigen fietsen mee. Nu
maakten we gebruik van deze trein met zijn kleurige wagonnetjes. De Dünenexpress
leidde ons langs kwelders en strandvlakten en door de beboste Woldedünen. In een
kwartier reden we naar het centrum van de stad Borkum. We kwamen aan op een
pleintje, de Georg-Schütte-Platz, omzoomd met bloeiende Japanse kersen. Hier was
ook het uit 1888 daterende station. Een klein eindje verder stond de nieuwe
vuurtoren, die eind 1800 in zes maanden tijd uit de grond werd gestampt of liever
gezegd werd opgericht. Dit was een mooi baken, want ons pension lag er dichtbij.
We hadden een kaartje mee, maar dat was niet echt duidelijk. Onze routeplanner
had er geen moeite mee. We liepen rechtstreeks naar ons onderkomen. We moesten
bellen voor een code van de sleutelbox die naast de deur hing. In de box lag de
voordeursleutel, die we na openen van de deur gelijk weer op moesten bergen in de
sleutelkluis. Onze kamer was open en bij de kamersleutel zat de voordeursleutel. Het
was intussen al rond zevenen, dus we gingen gelijk eten. We liepen langs de mooie
vuurtoren die op een heuvel lag, waarschijnlijk een voormalig duin. Na even zoeken
kwamen we bij een restaurantje, de Friese Stube, dat al aardig gevuld was. Net voor
we naar binnengingen kwam er een groepje mannen naar buiten, die vertelden dat
alles vol was. Misschien hadden ze nog wel een tafeltje voor twee over. De
autochtone eigenaar liep druk zijn voorhoofd af te wissen, het was spitsuur. Toch
kregen we een tafel. We bestelden allebei een visschotel met diverse soorten
gegrilde vis in een lekker sausje met een halve liter Pinot Grigio, witte wijn. Het eten
kwam redelijk snel en de vis was heerlijk. Het was kabeljauw, koolvis en heek.

