Page 66 - tmp
P. 66

Ingang van Auschwitz II-Birkenau

               Zij werd bijvoorbeeld overladen met juwelen en andere waardevolle spullen, die gede-
               porteerden mee hadden genomen, omdat ze dachten dat ze in kampen zouden gaan
               wonen. Alles wat ze meenamen werd natuurlijk gelijk geconfisqueerd. Haar man was
               Rudolf Franz Ferdinand Höss. Hij was van mei 1940 tot december 1943, en daarna
               van mei tot juli 1944, kampcommandant van het concentratiekamp Auschwitz. Na de
               oorlog wist Höss aanvankelijk te ontkomen. Hij deed zich voor als matroos en werd
               door de geallieerden vrijgelaten. Daarna ging hij aan de slag als boerenknecht onder
               de naam Franz Lang. In maart 1946 konden de geallieerden Höss arresteren. Zij had-
               den zijn vrouw gevangengenomen die hen onder druk naar haar man leidde. Op 2 april
               1947 veroordeelde het Hoogste Gerechtshof in Warschau Höss ter dood. Twee weken
               later, op 16 april, werd hij in het kamp Auschwitz opgehangen. Mensen die bij het pro-
               ces van Höss aanwezig waren, memoreerden later dat Höss zeer zakelijk was en geen
               enkele emotie of berouw toonde. Op het terrein staat nog het portaal dat speciaal voor
               hem werd gebouwd om hem op te hangen. Hij heeft altijd volgehouden dat hij zijn werk
               altijd goed heeft gedaan.
   61   62   63   64   65   66   67   68   69   70   71