Page 118 - tmp
P. 118
In die periode werden er muurschilderijen aangebracht, waarvan nog gedeelten
bewaard zijn gebleven. Op 25 juli 1916 kreeg het fort zelfs bezoek van de Duitse keizer
Wilhelm II en zijn zonen en een jaar later ook van veldmaarschalk Paul von
Hindenburg. Na de aftocht van de Duitsers in oktober 1918 werd het fort geplunderd
en vernield door de woedende Oostendse bevolking. Het was nu opnieuw een ruïne.
Het fort werd opnieuw korte tijd gebruikt als interneringsplaats voor Vlaamsgezinde
frontsoldaten. Deze werden later ingezet als houthakkers in de bossen van de Orne.
Na de Eerste Wereldoorlog was er een plan om het fort in te richten als
oorlogsmuseum. Uiteindelijk werd het de locatie van het Heemmuseum Liebaert. Het
kreeg in de periode 1929-1932 een grote onderhoudsbeurt. Maar in 1938, bij het
naderen van de Tweede Wereldoorlog, kreeg het fort opnieuw een beperkte militaire
betekenis. In 1939 werd er een militaire observatiepost ingericht. Gedurende de
Achttiendaagse Veldtocht brachten ingekwartierde Franse soldaten er grote
vernielingen aan. In mei 1940 nam de Duitse leger dit fort opnieuw in gebruik als
kazerne voor artilleristen. Het dakplatform werd van beton voorzien en ingericht als
mitrailleurpost.
Na de bevrijding in 1944 werd het fort opnieuw geplunderd door de Oostendse
bevolking. Kort daarop waren er Britse en Belgische infanteristen gelegerd. Zij stonden
tot eind 1946 in voor de bewaking van het nabijgelegen krijgsgevangenenkamp en
militair hospitaal. Aldus logeerden er tussen december 1944 en januari 1946 een
th
Engelse medische eenheid 105 British General Hospital. Tevens logeerden er tot
ste
de
einde juni 1946 twee pelotons van de 5 compagnie van het 51 fuselierbataljon van
het Belgisch leger. Na hun vertrek stond het fort weer leeg. Daarna bleef het weliswaar
militair domein, maar het werd nog nauwelijks gebruikt. Het omliggende terrein werd
gezuiverd van munitie en mijnen. In 1949 besliste de Oostendse gemeenteraad het
fort te gebruiken als kinderspeelplein gedurende de zomermaanden. In maart 1951
werd het fort opnieuw overgedragen aan het ministerie van Landsverdediging. Het
werd een tijdje gebruikt als oefenterrein en als opslagplaats voor allerhande militair
materieel. Het kinderspeelplein verhuisde naar het ernaast gelegen openluchtcentrum
'Duin en Zee'. Maar ook het leger verloor alle interesse in het fort. In 1956 werden de
toegangen dichtgemetseld. Na overdracht in 1963 naar het ministerie van Financiën
werden er nog enkele onderhoudswerken uitgevoerd. Er kwam een lange periode van
verloedering, waarbij het gedeeltelijk verdween onder het duinzand. Het fort en het
duingebied eromheen werden tot beschermd monument en landschap verklaard in
1976. Het stadsbestuur van Oostende was niet gelukkig met deze beslissing en stelde
alles in het werk om deze klassering ongedaan te maken. De bescherming als
monument belette niet de verdere aftakeling van het fort. Er kwamen verschillende
voorstellen om het te hergebruiken als marinemuseum, als kijk- en kinderboerderij of
als hotel. Maar hiervan kwam niets terecht en het fort verviel verder. In 1995 werd het
onteigend van de federale regering en in 1996 in erfpacht gegeven aan Erfgoed
Vlaanderen. Erfgoed Vlaanderen ging in 2012 op in de nieuwe Vlaamse
erfgoedorganisatie Herita die thans instaat voor het beheer van het fort. Het fort werd
in verschillende fases prachtig gerestaureerd in de periode 1995-2000. De
overblijfselen van de muurschilderingen werden gerestaureerd en de graffiti op de
muren werd bewaard. Er werd besloten van het fort een toeristische attractie te maken
en het een cultureel-educatieve bestemming voor het grote publiek te geven. Het werd
officieel heropend in april 2000 en is nu ingericht als museum over 'de evolutie van de
Europese vestingbouw' en 'het Beleg van Oostende'. Het Fort Napoleon is een
toeristische trekpleister geworden.

