Page 114 - tmp
P. 114
Fort Napoleon
Het fort behoort typologisch tot de 'tours et redoutes modèle 1811', een vestingconcept
voor torenforten, die zonder al te veel kosten en tamelijk vlug konden worden gebouwd.
Er werd gekozen voor een vijfhoekig torenfort, dat werd omringd door een droge gracht
van tien meter breed met aan de buitenkant een acht meter hoge ring- en schoormuur.
De werken begonnen in 1811 met het uitgraven van de funderingen door Spaanse
krijgsgevangenen en gedwongen plaatselijke bouwvakkers. Er werd een licht afhellend
glacis aangebracht in een omtrek van 500 m. Dat is de helling aan de buitenkant van
het fort. Dit moest de aanvaller beletten zwaar geschut op te stellen. Plaatselijke
bouwlieden voerden in snel tempo het metselwerk uit, zodat de ruwbouw van het fort
klaar was in 1812. Hierbij moet men bedenken dat de muren 2,65 m dik zijn en er meer
dan 8,1 miljoen bakstenen werden gebruikt. In december 1813 was het fort zo goed
als klaar, maar de afwerking werd pas voltooid in 1814. Toen was de ster van Napoleon
Bonaparte al danig aan het tanen na de desastreuze veldtocht in Rusland en de
Volkerenslag bij Leipzig in 1813. Hierdoor heeft dit fort in feite nooit een beleg of
militaire actie meegemaakt en dus nooit enig militair nut gehad.
Het fort heeft nadien vele functies vervuld. In de Conventie van Londen werd bepaald
dat Oostende deel uitmaakte van de zogenaamde Wellington-linie, waarbij Engeland,
Oostenrijk, Rusland en Pruisen militair toezicht kregen in het Koninkrijk der
Nederlanden. Het Fort Impérial veranderde van naam, eerst tot Fort de Souverein en
spoedig daarna tot Fort William (naar de Nederlandse koning Willem). Vanaf 1815
waren er Hollandse militairen gelegerd. Maar het militair belang van dit fort was sterk
verminderd, omdat de vijand niet meer uit zee werd verwacht.

